In de oorlog woonde ik met mijn ouders, mijn broer en mijn zuster in mijn geboorteplaats Amsterdam. De laatste drie maanden van de oorlog aten we niets dan suikerbieten. Mensen van boven de 50 jaar zag je op straat op de vensterbanken zitten uitrusten. Een keer heb ik in de vertie iemand in elkaar zien zakken. Mijn vader was verhuizer en had een 3-tons vrachtwagen. Die werd gevorderd door de gemeente Amsterdam. Er kwam een chauffeur van de gemeente op en er werden schappen in gemaakt. Zo konden de lijken, die op straat werden aangetroffen, naar de Oude Kerk worden vervoerd.